De forten die Antwerpen moesten verdedigen hadden tot doel de oprukkende vijand te stoppen en onze bondgenoten de tijd te geven om ons leger dat zich in het nationaal reduit had teruggetrokken te steunen.

Lessen getrokken uit de eerste wereldoorlog en vooral de moderne oorlogvoering die men toepaste in de Spaanse burgeroorlog tonen aan dat een verdediging bestaande uit forten alleen, niet voldoende is om een modern leger te stoppen. De moderne artillerie en vooral het gebruik van vliegtuigen tonen aan dat het concentreren van troepen op één plaats niet de juiste tactiek was.

Na het terugtrekken van de Duitse troepen op 11 november 1918 blijven de forten rond Antwerpen leeg achter. De meeste van hun kanonnen zowel uit de koepels, traditore batterij als uit de caponnières zijn verdwenen, 2 schansen (Smoutakker en Schilde) zijn door terugtrekkende Belgische troepen zelf opgeblazen

Deze weggenomen kanonnen zijn vooral geïntegreerd in kanonbunkers van de Scheldeabschnitt uit 1916 (de 12 cm houwitsers) en de Kaiserliche Fortification Antwerpen uit 1917 (de 7,5 cm snelvuurkanonnen).

Blijkbaar waren al de kanonnen uit deze bunkers verdwenen ofwel loonde het voor het Belgisch leger niet om deze terug op hun originele plaats in de forten te monteren. 

De antitankgracht heeft 56 bunkers, grofweg verdeeld in 16 Grote sluisbunkers 2 kleine sluisbunkers en 38 flankeringbunkers.

De originele planning uit december 1937 echter spreekt van 27 bunkers verdeeld in 3 sectoren van elk 9 bunkers (Artikel 125/II 6c van 12 november 1937). De kostenraming voor deze 3 loten werd geraamd op:

Lot I    1.756.439,62 Frank
Lot II   1.644.863,51 Frank
Lot III  2.372.420,10 Frank

Samen 5.773.696,23 Frank.

Voor Lot I was voorzien:

KA1

Berendrecht

De ligging van deze bunkers was min

of meer dezelfde als de huidige bunkers.

KA2

Lillo

KA3

Lillo

KA4

Stabroek

KA5

Stabroek

KA6

Stabroek

KB1

Stabroek

KA7

Kapellen

KA8

Kapellen

 

Voor lot II was voorzien:

KA8bis

Kapellen

Ongeveer ter hoogte van huidig bunker A10

KA9

Kapellen

Ongeveer ter hoogte van huidig bunker A11

KB2

Kapellen

Ongeveer ter hoogte van huidig bunker A9

KB4

Kapellen

Ongeveer ter hoogte van huidig bunker B2

KB3

Brasschaat

Ongeveer ter hoogte van huidig bunker A12

KA10

Brasschaat

Ongeveer ter hoogte van huidig bunker A13

KA11

Brasschaat

Ongeveer ter hoogte van huidig bunker A14

KA12

Brasschaat

Ongeveer ter hoogte van huidig bunker A15

KA13

Schoten

Ongeveer ter hoogte van huidig bunker A16

 

Voor lot III was voorzien:

KA14

Sint-Job in't Goor

Ter hoogte van huidig bunker B3 (Tapsluis Noord)

KA15

Sint-Job in't Goor

Ter hoogte van huidig bunker B4 (Tapsluis Zuid)

KA16

Sint-Job in't Goor

Ongeveer ter hoogte van huidig bunker A18

KA17

's Gravenwezel

Ongeveer ter hoogte van huidig bunker A19

KD10

Schilde

Ongeveer ter hoogte van huidig bunker B5

KA18

Schilde

Tussen Fort 's Gravenwezel en de Turnhoutsebaan

KA19

Schilde

Tussen Schans Schilde en Fort Oelegem

KA20

Oelegem

Tussen Fort Oelegem en de Zandhovensebaan

KA21

Oelegem

Ongeveer ter hoogte van Oelegem 3

 

Merk op dat de Bunkers KA beschikken over twee mitrailleurs, links en rechts vurend, de bunkers KB hebben slecht 1 mitrailleur, de enige KD bunker had geen bewapening voorzien.

Het eigenlijke ontwerp van de antitankgracht zal nog verschillende malen wijzigen, maar de bedoeling is, waar het waterbouwkundig mogelijk was, de forten van de buitenlinie met elkaar te verbinden. Ook hield men rekening met de bestaande ex-Duitse bunkers, vooral in de eerste twee sectoren liggen die op enkele meters van de antitankgracht. Voor sector drie rekent men op de in 1936 gebouwde Intervalbunkers.

Planning

De vroegste plannen die we vinden in het Moskou archief te Brussel dateren van 11 september 1936, het is een bijvoegsel aan dossier B/1712/6959 van het 2Direction du Genie et des Fortifications. Het verbindt de Schelde ten zuiden van het oud fort Frederik via de Lange Reep en de Onderbroeksestraat met het fort van Stabroek. Vanaf hier volgt het ongeveer het huidige traject tot het kanaal Antwerpen - Turnhout. Men tracht zo veel mogelijk de oude Duitse bunkerlinie uit 1917 te integreren in het ontwerp. In het deel van fort Stabroek tot fort Brasschaat is er geen probleem maar ten zuiden van fort Brasschaat is het waterbouwkundig niet haalbaar dit traject te volgen.

De antitankgracht kan men eigenlijk opdelen in twee stukken, met het kanaal Antwerpen - Turnhout als hoogste punt, naar het noorden loopt het water via 10 sluisbunkers afwaarts naar de Schelde en ten zuiden via 6 sluisbunkers naar het Albertkanaal.

De antitankgracht die alle toenmalige tanks en andere voertuigen moet tegenhouden moet minstens 2m diep zijn, men heeft via onderzoek vastgesteld dat de meeste carburatoren zich op een hoogte van 1,80m bevinden.

Een ander probleem is het stockeren van de uitgegraven grond, meer dan een miljoen kubieke meter aarde moet ergens opgeslagen worden. Een schrijven van Luitenant-generaal Dehaene van 6 december 1937 weerlegd de richtlijn dat deze opgegraven aarde die normaal volgens de voorschriften aan de bevriende kant op minstens 200 meter van de antitankgracht moet liggen, deze opgeworpen dijk kan immers het zicht belemmeren op de gracht zelf en op de dieper gelegen echelons. Daarom stelt hij voor om de voorziene servitude die aan de vijandelijk kant van de gracht 5 km. bedraagt eveneens op de bevriende zijde na te leven. (nota 9316/D.97/2257). Maar op 14 juli 1938 beslist Luitenant-generaal Van Den Bergh dat de richtlijn van 200 meter behouden blijft (het kost natuurlijk extra om al deze grond door de aannemer te verplaatsen). De verspreiding van al deze grond komt ten laste van de 2e Directie der Genie en Fortificatie van Antwerpen.

Herziene planning

De eerste grote herziene studie over het gebruik van bunkers op de antitankgracht is een 20 pagina's tellend document (FOSSE ANTI-CHARS ETUDE DE REMANIEMENT) opgesteld door Generaal-majoor Badoux directeur van het 2e Direction du Genie et des Fortifications daterend van 11 januari 1938.
Hierin worden het concept van direct vurende bunkers totaal afgewezen om plaats te maken voor flankerende bunkers, het geeft een gedetailleerde studie over de plaatsing van sluis- en flankeringbunkers op de inspringende saillanten van de antitankgracht.

De nog te plaatsen bunkers voor het 47cm antitank kanon die de baandoorsteken moeten verdedigen opgenomen in dit plan zullen later eveneens geschrapt worden.
In dit plan worden ook maatregelen voorzien tegen het gebruik van amfibietanks, omdat de kennis over deze wapens nog vrij nieuw is neemt men de Britse Vickers Carden Lloyd 1931 tank als referentie. Het plaatsen van betonnen palen van 15 x 15 cm voorzien van 4 betonijzers van 25mm is de oplossing. Deze betonpalen zijn 3,60m lang en worden in de bevriende zijde van de gracht onder water ingeplant 1,50m van elkaar.
De kostprijs van deze palen is 160fr. maar men heeft er wel 25.000 van nodig dus een extra kost van 4 miljoen frank, dit project werd uiteraard om kostenbesparende reden afgeschaft.

Op 2 februari 1938 valt de beslissing Het Ministerie van landsverdediging keurt het herziene ontwerp mits enige aanpassingen goed.

De aanbestedingen

De antitankgracht wordt opgedeeld in drie sectoren:


Sector I:   van de Schelde ter hoogte van oud fort Frederick tot fort Ertbrand.
Sector II:  van fort Ertbrand tot het verbindingskanaal Antwerpen-Turnhout in twee loten
                (ook gekend als Schotenvaart en kanaal Dessel - Schoten).
Sector III: van het kanaal Antwerpen-Turnhout tot het Albertkanaal.

Sector I

Op 14 november 1938 kan men inschrijven op het bijzonder lastenkohier op 22 november 1938 getekend onder nummer 53/101/6391, goedgekeurd door de minister van landsverdediging op 29 september 1938 onder nummer 53/4512. De kosten voor dit werk worden geraamd op 11.605.896,10 frank.
17 aannemers brengen een bod binnen waarvan er maar 8 worden weerhouden omdat ze de bijlagen 2 en 3 niet hebben ingediend waarvan sprake in paragraaf 12 van artikel 5 van het lastenkohier.
Het is uiteindelijk de Entreprises Van Rymenant uit de Avenue de la Couronne 159 te IXELLES-BRUXELLES die voor de som van 10.704.362,88 frank de job zal klaren. Het contract wordt geregistreerd te Antwerpen op 25 november 1938 onder nummer 5828.
De aannemer zal vanaf nu werken met de code 'Entreprise M'.

Verloop der werken:

Naar aanleiding van het extreme gure weer (temperaturen van -15° tot -20°) moet de aannemer de werken stilleggen, kan zich niet langer bevoorraden omdat de wegen niet langer berijdbaar zijn. De demonteerbare grondwerkmachine is weliswaar opgestuurd maar kan niet ter plaatse komen. De aannemer vraagt daarom op 27 december van dat jaar om uitstel. Er wordt op 6 januari 1939 een verlenging met 12 werkdagen toegekend (nota 53/101/7362).
Het verslag der werken van 21 maart 1939 geeft dat er al 700 meter gracht is afgewerkt, 400 meter ten westen en 300 meter ten oosten van de RD 2 (Baan Lillo naar Berendrecht), nog 9 kilometer te graven.
De werken worden weer stilgelegd van 2 januari 1940 tot 25 februari 1940 wegens vorst maar kunnen niet op voorziene datum aangevangen worden wegens wateroverlast. De aannemer vraagt op 18 april 1940 om de einddatum te verplaatsen naar het einde van de maand (dit om geen boetes te moeten betalen). Op 22 april 1940 met nota 53/101/10155 worden 19 werkdagen toegevoegd.
De werken eindigen tenslotte op 28 april 1940.

Sector II

Sector II, de probleem sector.
Niet alleen zijn er de eindeloos durende onteigeningen (vooral het stuk tussen fort Brasschaat en het kanaal Antwerpen - Turnhout) maar dit is ook de meest bosrijke sector, een massa aan bomen dienen gerooid en ontworteld.
In november gaat ook de aannemer van Lot I failliet (Janssens & Mees) wat voor nog meer problemen en tijdsdruk gaat zorgen.
Sector I en III zijn begin 1939 al goed gevorderd, maar in sector II is men nog niet begonnen met het uitschrijven van de aanbestedingen.
In een nota aan de minister van landsverdediging van 25 januari 1939 dringt Luitenant-generaal Van den Berghen aan op een bespoediging der werken en stelt voor om de aanpassingen aan de forten Emines en Cognele te limiteren ten voordele van de Antitankgracht. Zelfs nu voorziet men de einddatum der werken al op eind augustus 1940. De woordvoerder van het ministerie van landsverdediging Kolonel Tricot geeft op 1 februari 1939 de toelating om zo snel als mogelijk Sector II uit te voeren. De onteigeningen zouden eind mei rond moeten zijn (nota 53/101/7961).
Luitenant-generaal Michelet vraagt zich af of men de benodigde eigendommen niet gewoon kan confisqueren of toelating te forceren aan de eigenaars om het eigendom vroegtijdig te betreden.
Maar op 11 april zal de militaire overheid eigenaars die geen vroegtijdige toegang verlenen dwingen hun grond af te staan (nota 97/18)

Op 3 april 1939 besluit men een voorlopige Antitankgracht te graven in de 2e sector en een stukje in de 3e sector, volgende aannemers worden aangeschreven om hun bod uit te brengen:

De Meyer
Van Riel en Van den Berghe
Entreprises Hydrolique & Béton Armé
Dumon & Van der Vin (Grands Traveaux d'Anvers)
Janssens & Mees
Van Rymenant
Laboremus (die momenteel Sector III aan het uitgraven is).
De kostprijs voor deze werken wordt geraamd op 850.000 frank.

De biedingen van de aannemers op 12 april 1939:

Entrepreneurs 

3 lots accumulés 

 2e section

3e section 

 

 

 Ertbrand-Brasschaat

Brasschaat-Canal de Turnhout

 

 Dumon-Vandervin

(Grands Trav.d'Anvers)

 148,50frs

 140 frs le m.c.

166,frs

 151,frs

Janssens-Mees

 

95 idem

95 idem

 

Van Rymenant .S.A.

 

75, idem

75,frs

75, frs

Laborémus.N.V.

 

155,- idem

155, frs

135,frs

E.H.B.A. S.A.

93,-

94,52 idem

94,frs

94,50


Normaal zou de firma Van Rymenant uit Brussel met het laagste bod de drie secties moeten toebedeeld krijgen maar het moet nu vooral snel gaan. Men neemt voor de drie secties aparte aannemers die tegelijkertijd aan het werk kunnen beginnen.

De beslissing valt op 17 april 1939:
Voor sector I Fort Ertbrand - Fort Brasschaat de firma Van Rymenant uit Brussel voor de som van 243.000 frs. met contractnummer 53/101/9645 geregistreerd te Antwerpen op 18 april 1939 onder nummer 2137.
Voor sector II Fort Brasschaat - Kanaal naar Turnhout de firma Janssens & Mees uit Antwerpen voor 228.000 frs. met contractnummer 53/101/9645 geregistreerd te Antwerpen onder nummer 2138.
Voor sector III Kanaal naar Turnhout - Schans van Schilde de firma E.H.B.A. uit Antwerpen voor 330.00 frs. met contractnummer 53/101/9645 geregistreerd te Antwerpen onder nummer 2139.
De werken vangen aan op 24 april 1939 (nota 53/101/9747).

Het moet vanaf nu snel gaan en de aannemers nemen het niet te nauw met hun graafwerken, zodanig dat op 8 mei 1939 de gemeente Brasschaat een klacht formuleert aan het 2e bestuur van genie en vestingwerken over het storten van grond in waterloop nr 12 naast de Mishaegenstraat die de goede waterafvoer belemmerd.

Op 22 mei is voor
Sector I al 1450 meter gracht gegraven en voltooid op 5 juni 1939.
Sector II al 1890 meter gracht gegraven en voltooid op 1 juni 1939. 
Sector III zal voltooien op 3 juni 1939.

Nog tijdens de werken aan de voorlopige Antitankgracht worden op 10 mei 1939 een kennisgeving van aanbesteding naar de aannemers gestuurd, zij mogen vanaf 16 mei tot 30 mei 1939 de bescheiden inkijken.
     Raming Lot I: 5.496.000 frs.
     Raming Lot II: 6.140.000 frs.
De biedingen moeten voor 31 mei binnen zijn. Van de 78 aannemers die mogelijk interesse hebben worden er slechts 12 weerhouden.

Entreprises Hydrolique & Béton Armé 
Lamoriniérestraat 159, Antwerpen  

4.569.137,84

4.402.084,71

9.868.344,83

Lot I

Lot II

2 Loten 

Baguet, Schollaert & Limere Fréres
Rue 11 Novembre 15, Mons

5.339.468,94

5.299.498,25

--

Lot I

Lot II

--

L.L. & N. De Meyer
Kanaalstraat, Zelzate

4.804.824,25

5.021.332,25

--

Lot I

Lot II

--

S.A. Grands Travaux et Entreprises
Jozef II straat, Brussel

5.048.998,16

4.989.560,39

9.634.452,77

 Lot I

Lot II

2 Loten

Carpeaux G.
Rue de Serbie 68, Liege

5.164.742,19

4.962.274,15

--

Lot I

Lot II

--

Ponts Tunnels & Terrassements
Cottage "Sans Souci" Genval

4.721.767,10

Lot I

Soc.d'Etudes Grands Travaux d'Anvers
Chausee de Haecht 159, Brussel

4.914.921,42

4.275.941,98

--

Lot I

Lot II

--

A. De Moor
Koningin Astridlaan 159, Mechelen

5.081.362,95

4.880.926,--

9.962.288,95

Lot I

Lot II

2 Loten

Bouw & Wegeniswerken
Van Beethoventraat 16, Antwerpen

 

3.846.275,80

 

 

Lot II

 

N.V. Laboremus
Beddenstraat 13, Antwerpen

4.938.582,65

4.339.067,80

9.277.650,45

Lot I

Lot II

2 Loten

Janssens & Mees
Frankrijklei 51, Antwerpen

4.546.070,97

4.475.155,13

--

Lot I

Lot II

2 Loten

Sociéte Belge Des Betons
Boulevard de Régent 37, Brussel

5.388.955,07

5.523.197,95

10.803.031,49

Lot I

Lot II

2 Loten


Beide loten hebben als lastenkohier 53/101/1077 van 9 mei 1939 inschrijving van 31 mei 1939, goedgekeurd door de minister van landsverdediging op 7 juni 1939 onder nummer 53/101/11053 en geviseerd op 8 juni 1939 onder nummer 3340.

Voor Lot I wordt het de firma Janssens & Mees, voor Lot II Bouw & Wegeniswerken beide uit Antwerpen.
Alhoewel de firma Bouw & Wegeniswerken door het Ministerie van Landsverdediging argwanend werd bekeken omdat ze volgens hun niet beschikt over de nodige zware grondwerkmachines zal de firma Lot II zonder problemen afwerken. Behalve uitstel wegens weersomstandigheden heeft ze zelfs de bonus voor vroegtijdige afwerking.

Lot I begonnen door de firma Janssens & Mees zal niet gespaard blijven van de nodige problemen.
Op 13 oktober 1939 wordt door de officier van toezicht op de werken, kapitein Emile Van Boxelaer een proces verbaal opgemaakt over de traagheid waarmee de werken worden uitgevoerd. Er zijn te weinig arbeiders op de werf en het nodige transportmateriaal voldoet niet. Het noodzakelijke materiaal, vooral de aanvulling van het cement dat afgekeurd is wegens schade (nat geworden) wordt niet in voldoende hoeveelheden aangeleverd om de werken niet te onderbreken. De aannemer is door hem verschillende malen mondeling op deze feiten gewezen. En ook naar de bijkomende clausule N°1 van 9 oktober 1939 (53/101/15545) door de firma Janssens & Mees ondertekend waar de einddatum wordt bepaald op 10 november.
Hierop stuur de aannemer op 6 november 1939 een antwoord aan de 2de Directie van Genie en vestingwerken, ze betwisten geenszins de vertragingen maar wijzen de mobilisatie aan als de oorzaak van hun problemen.
Het feit dat het contract en de hypothecaire lening die werd aangegaan voor deze werken onder normale omstandigheden toerijkend was, maar dat sinds de mobilisatie een volledige verstoring van de markten met zich mee bracht en die nog steeds verslechteren.
Het slechte weer van de laatste dagen laat niet toe te bevoorraden op een normale mannier met vrachtwagens. Ook wil de firma "Machines et Métaux" niet langer de nodige Decauville wagens en rails verhuren, noodzakelijk voor het transport van de gronden, maar wil door de verslechterde algemene toestand (lees mobilisatie) enkel nog verkopen. Over de afgekeurde cement verklaren ze dat deze al op 22 juli was gestockeerd op de door de overheid bepaalde plaats (Heidestraat) maar dat het voor keuring opgezonden staal maar op 22 augustus terug kwam, ondanks meerdere aanmaningen aan de technische assistent die op dat moment toezicht hield op de werken (kapitein van Boxelaer?) vandaar het uitstel en de schade.
De druk opgelegd om de arbeiders tijdens hun wettelijke verlofperiode te laten doorwerken werd ook door hun (via vakbonden) geweigerd.
Om deze toestand recht te zetten vragen ze of er geen faciliteiten van betaling kunnen verkregen worden.
Ik heb geen antwoord kunnen vinden op deze vraag maar veronderstel dat het niet toegestaan werd.
En dan op 9 november 1939 gebeurt dan het onvermijdelijke, de firma Janssens & Mees gaat in vereffening en de werken worden stilgelegd. 
Een lijst van uitgevoerde werken en kosten wordt opgesteld door de kapitein van Boxelaer en Charles Janssens afgevaardigde van de firma.
Met betrekking tot de hervatting van de werken, alleen urgente delen zoals het bouwen van de duikers en voltooiing van de kruispunten, vond een rondleiding plaats op de werf op 11 november.
De aanwezige aannemers waren de firma's: Van Rymenant, Bouw & Wegeniswerken en Laboremus. De werken moeten reeds op 14 november aanvangen.

De afwerking van de Lot I (tweede sector).

Op 1 februari 1940 verstuurt generaal-majoor Rootsaert de uitnodigingen naar de aannemers voor de onderhands aanbesteding, de bescheiden kunnen vanaf 3 februari geraadpleegd worden in de Meistraat 19 te Antwerpen. Een rondleiding van de werken gebeurd op maandag 5 februari en de biedingen moeten binnen zijn voor 10:00h op 12 februari 1940.

De afwerking van de gracht gebeurd in 2 loten, geraamd op

Lot I:  963.000 frs.
Lot II: 763.000 frs.

 Lot I 

Lot II 

Van Rymenant uit Brussel

  795.966,20

Van den Bulck

623.482,55

Hydroter

  799.442,50

Hydroter

625.207,30

De Meyer

  800.624,15

Bouw & Wegeniswerken

628.247,40

E.H.B.A.

  845.887,01

E.H.B.A.

658.146,14

Bouw & Wegeniswerken

  847.482,10

De Meyer

709.982,55

Van Rymenant uit Lier

  891.040,25

Laboremus

759.451,95

Van den Bulck

  941.529,40

Van Rymenant uit Lier

818.131,61

Pont, Tunnels,Terrassements

1.130.546,75

Pont, Tunnels,Terrassement

893.282,--